Up

1.4

afscheid

Hadden Adam en Eva in hun paradijs aanvankelijk meer dan genoeg aan elkaar, wij denken toch wel een container te zullen vullen met al onze absoluut onmisbare spullen. We hebben immers in ons nieuwe land ook weer een huis te vullen. Dus is het handig al die leuke, aardige, nuttige dingen uit Nederland mee te nemen.

Een bezoek aan een douaneagent in Costa Rica brengt ons echter in een klap tot de werkelijkheid terug. Laten we nou net een van de weinige landen ter wereld hebben uitgezocht die invoerbelasting heffen op gebruikte huisraad. Natuurlijk mogen we die container met onze spullen laten komen. Maar dat betekent wel dat er een aardig bedrag moet worden betaald om ze uiteindelijk bij ons nieuwe thuis afgeleverd te krijgen. En het zou ook flink wat tijd in beslag nemen. Want de douane zou per artikel moeten bepalen welk belastingtarief er op van toepassing is. Voor het hout van de tafel geldt weer een ander percentage dan voor het metaal van de poten. Mogelijk zou er zelfs het een en ander ‘zoekraken’ in al de tijd die dit proces in beslag zou nemen.

Dat doet de deur dicht. Niet dat we onmiddellijk van koers veranderen en een andere bestemming zoeken. Daarvoor hebben we te veel verwachtingen van Costa Rica. Nee, we besluiten radicaal niets mee te nemen. Weg bankstel, kast, bed, tafel. Maar ook weg al die hebbedingetjes die je nou eenmaal verzamelt in de loop van een half leven. Weg al die leuke herinneringen, in tastbare vorm dan.

Gelukkig vinden veel spullen een goed tehuis. Een dochter van vrienden gaat samenwonen en kan van alles en nog wat gebruiken. Toen we haar tijdens een bezoek aan Nederland eens gingen opzoeken, was het hartverwarmend te horen dat ze iedere dag aan ons dacht. Althans, steeds als ze een kastje in de keuken opendeed, kwam daar wel iets van ons tevoorschijn.

Met tranen in de ogen, elkaar omarmend, staan we voor onze grote boekenkast om afscheid te nemen, de dag voordat een liefhebber onze boeken komt halen. Het is natuurlijk weer voor de ‘heb’ om boeken te willen kopen. Je kunt ze immers net zo goed uit de bibliotheek lezen. Maar het is gewoon lekker om een boek dat je met plezier hebt gelezen, binnen handbereik in de boekenkast te hebben staan. Om ernaar te kijken, het misschien nog eens vast te houden of in een uitzonderingsgeval het nog eens te lezen. Want dat laatste is meestal niet de reden om een boek te willen hebben. Uit is uit. Maar een boek krijgt een ziel, door de moeite en de energie die de schrijver erin stopt, en de aandacht en het plezier van de lezer. Nog afgezien van het feit dat ik gewoon verslaafd ben aan de geur van drukinkt sinds mijn eerste bezoek lang geleden aan een grote krantendrukkerij.

Inmiddels weer een aardig gevulde boekenkast rijk kunnen we nog met weemoed terugdenken aan de boeken die we hadden. Uiteraard zouden we ze voorlopig op hebben kunnen slaan, zelfs bij familie of vrienden, maar die idee is gewoon niet bij ons opgekomen. Alles moet weg. We mogen elk twee koffers vullen met de dingen die ons het meest dierbaar zijn. Gelukkig hoeven er vanwege het fijne klimaat in ons nieuwe thuisland niet veel kleren in. Maar dat mijn man per se z’n gereedschapsdoos met hamer, nijptang, beitel, schroeven, enzovoort mee wil nemen, werkt toch wel op m’n lachspieren. Afspraak is afspraak en ieder mag z’n eigen koffers vullen, dus de gereedschapsdoos volgt ons nog steeds. En, ik moet het toegeven, ieder stukje gereedschap dat erin zit, is ons op een of ander moment goed van pas gekomen.

Naast het leuke van alle voorbereidingen en de voorpret zijn er natuurlijk ook moeilijke momenten. Het moment dat ik ontslag neem bijvoorbeeld. In de twintig jaar dat ik actief ben in de journalistiek, heb ik een dijk van een carrière opgebouwd. Niet dat ik daarnaar op zoek ben geweest. Mijn vader heeft me gewoon geleerd hard te werken en m’n best te doen. En daar ben ik ver mee gekomen, van leerling-journalist bij de krant tot manager internal communications bij een wereldwijd opererend bedrijf met ruim zeventigduizend medewerkers.

Het is wel even slikken als ik al die zekerheid en dat gegarandeerde inkomen zomaar opgeef. Bij alle voorgaande overstappen had er steeds al een nieuw bureau klaargestaan, voordat ik het oude voorgoed dicht deed.

Ingrijpend is ook het moment van afscheid nemen, van familie, vrienden, buren. Allemaal mensen die gewoon bij je dagelijkse leven horen, maar van wie je je ineens realiseert hoe dierbaar ze je zijn op dat moment van afscheid nemen. Gelukkig weet je ook dat dat afscheid niet definitief is. Toen mijn oom vlak na de Tweede Wereldoorlog naar Canada vertrok, lag dat wel even anders. Al die emigranten verdwenen toen min of meer voorgoed uit het leven van de achterblijvers. Fysiek zeker. De enige vorm van communicatie waren brieven die er ongelooflijk lang over deden om hun bestemming te bereiken. Van een goed contact was dus nauwelijks sprake. Niemand kon op vakantie naar de verre familieleden en in hun strijd om het bestaan kon er al helemaal geen geld af voor een bezoek aan Nederland.

Wat dat betreft zijn de huidige landverhuizers beter af. Niet alleen volgen ze via internet alle ontwikkelingen in eigen land, ook hebben ze via e-mail in veel gevallen een frequenter contact met de achterblijvers dan voorheen. En velen gaan regelmatig even terug om familie en vrienden te bezoeken.

Eindelijk trek je dan voor het laatst die huisdeur achter je dicht. Als je tenminste niet, zoals ik, in de zenuwen van het definitieve vertrek iets binnen laat liggen en dan nogmaals in een razend tempo die reis van en naar Schiphol moet maken om het op te halen.

volgende