Up
1.2
1.3
1.4

hoofdstuk een

ver weg

1.1

dromen

We mogen zo graag mopperen op alles dat niet goed is in ons landje. Het weer natuurlijk in de eerste plaats, de files, de prijzen in de supermarkt. Dat klagen zit ons in het bloed. Zelfs als we in het paradijs zouden wonen, zouden we nog wel iets vinden dat niet goed was. Het kost een Nederlander gewoon moeite z’n serieuze, zwaarmoedige achtergrond los te laten, z’n voeten uit de klei te trekken en het leven eens van de luchthartige kant te bekijken.

Wat we ook in onze genen hebben meegekregen, is onze reislust. In de voetsporen, of liever gezegd het kielzog, van onze illustere voorvaderen leggen we heel wat kilometers af. Te voet, op de fiets, in de trein, de bus, met de auto, de boot of het vliegtuig, als het ons maar ergens anders heen brengt. Meestal gewoon naar het werk natuurlijk, maar liever naar een vakantiebestemming. En dan een plek, waar de buren nog niet zijn geweest. Want ook nuchtere Nederlanders laten zich pakken door het gevoel voor status. Het doet je toch goed om met een bruine kop bij de koffieautomaat te staan, terwijl iedereen om je heen zo winters wit ziet, en dan te kunnen vertellen dat je er ‘even’ tussenuit bent geweest naar de Fiji eilanden. Even ontstressen.

Hoewel er weinig zo stressvol is als op vakantie gaan. De koffer pakken: wat neem je mee of beter gezegd, wat kun je allemaal niet meer meenemen, terwijl je het toch allemaal zo nodig hebt. De reis naar Schiphol met natuurlijk die onvermijdelijke file bij de Schipholtunnel. Dan die uren die je zoet moet brengen op zo’n vliegveld. Het verplichte rondrennen, winkel in, winkel uit, want het is belastingvrij, dus er zal flink gekocht moeten worden. Een aanbieding laten wij Nederlanders immers niet aan onze neus voorbijgaan.

Het gesjouw met die handbagage. Iedere keer neem je je voor om nou eens op ‘licht’ te gaan en alles in de koffer te doen, maar nooit blijkt dat te kunnen. Die driedubbele controles tegenwoordig in de eeuw van het terrorisme maken het reizen er ook niet leuker op. Steeds weer dat paspoort dat je net goed had opgeborgen om het vooral niet kwijt te raken, tevoorschijn toveren.

Om maar te zwijgen van die honderden mensen tegelijk die zich in zo’n buis laten proppen, in stoeltjes waar je als maat L nauwelijks inpast, maar waar je wel bijna de hele vlucht ingeperst moet blijven zitten, omdat je anders een figuurlijke draai om je oren krijgt van die efficiënte dame-in-het-blauw die je voor de voeten loopt. Gelukkig dat de alcohol in ruime mate wordt verstrekt. Want je moet je wel volgooien om jezelf enigszins te verdoven, zodat je niet meer zo veel merkt van het inademen van die benauwde, stinkende lucht van al die mensen wier darmen op volle toeren werken door de lagere luchtdruk.

Eenmaal geland en weer in het bezit van je zinnen en je koffers, is de lijdensweg nog niet over. De warmte, al die vreemde mensen die je belagen, het hotel dat er lang niet zo mooi uitziet als op de foto’s in de reisbrochure, het vreemde eten, de vreemde taal. Alsof dat allemaal geen bron van stress is! Niet voor niets hebben veel mensen op vakantie last van allerlei kwaaltjes, tot en met hartaanvallen toe. En als je na twee weken een beetje je draai hebt gevonden en eindelijk aan relaxen toe bent, is het weer pakken geblazen en begint de heisa opnieuw.

Gelukkig dat je daarna weer gewoon naar je werk mag. Waar je dan bij de koffieautomaat kunt snoeven en daar heb je het natuurlijk ook allemaal voor gedaan.

Hele volksstammen doen niet zo overdreven en gaan lekker naar Spanje. Naar de Costa del Sol of de Costa Brava, waar ze de buren tegenkomen, gezellig een kaartje leggen en lekker bij Broodje van Kootje kunnen eten. Scheelt op z’n minst de helft aan stress.

Zon, zee, strand, leuke witte huisjes op de berghelling, omgeven door prachtige bloemen, wie heeft nou nooit gedacht: hier zou ik wel willen wonen. Als je toch eens hier zou kunnen blijven. Die zeurende baas, die file, die regen, ze mogen het allemaal houden daar in Nederland.

Maar ja, dan komen de verplichtingen om de hoek kijken, de gewenning, het gemak. Want het is bijvoorbeeld toch wel prettig als aan het eind van de maand keurig je salaris weer wordt bijgeboekt op je bankrekening. En het is in Nederland toch ook goed. Alles is er schoon en keurig geregeld. Het is er zelfs wel eens mooi weer.

Weer thuis, komt op een donkere najaarsmiddag op een tochtig perron, als de trein weer eens te laat is, deze droom nog even als een flits boven. Om dan naar de donkere diepte van je onbevredigde verlangens te verdwijnen, terwijl je je duwend en trekkend door de half opengeschoven wagondeuren wringt om een zitplaats te kunnen bemachtigen.

Soms probeert iemand op halfbakken manier z’n droom te verwezenlijken door een tweede huisje te kopen in Frankrijk of in de Ardennen. Maar dat wordt dan ook weer zo’n blok aan je been. Want dan is het iedere vakantie verplicht naar dat huisje toe. Zeker als het een bouwval is, waar je wel eens even een paleisje van zou maken tijdens je vakanties. Afgepeigerd val je ’s avonds meteen in slaap, nadat je nog net hebt kunnen berekenen hoeveel nachten je voor het geld van dat huisje in een luxueus hotel de liefde had kunnen bedrijven.

volgende