Up
13.2
13.3
13.4

hoofdstuk dertien

voorgoed onderweg

13.1

aanpassen

Aanpassen is het motto, als je naar een ander land verhuist. Of dat land nou België is of Panama, de mensen hebben er andere gewoontes en andere normen en waarden. En jij hebt daar als gast in dat andere land rekening mee te houden. Je kunt niet verwachten dat mensen rekening houden met jouw culturele achtergrond. Je kunt al helemaal niets eisen, zoals we in Nederland gewend zijn. We hebben overal recht op, vinden we. Dat is dus het eerste dat je moet afleren in een nieuw thuisland. Natuurlijk heb je ook daar rechten, maar het wordt je niet in dank afgenomen als je die met opgestoken zeilen komt opeisen. Het zou zelfs wel eens kunnen betekenen dat je je rechten niet krijgt ondanks dat je er alle recht op hebt. Want dan gedraag je je als een buitenlander en word je ook als zodanig behandeld.

Zoveel mogelijk tactisch proberen te zijn is dus van groot belang. Vooral omdat je desondanks toch nog wel op genoeg tenen trapt zonder het te weten. In het buitenland merk je ineens hoe gewoon het is om in Nederland alles te zeggen, zoals het is of zoals jij denkt dat het is. En dan zie je dat er binnen andere volken vaak op een andere manier met elkaar wordt omgegaan. Je realiseert je plotseling dat jouw toch goed bedoelde manier van doen als heel onbeleefd kan worden ervaren. Dus houd je je mond als mensen steeds in het gesprek laten vallen ‘si Dios quiere’ (als god het wil). Dan voeg je daar niet grappig bedoeld aan toe dat het er niet alleen om gaat of god het wil, maar dat de persoon het zelf ook moet willen.

Om een gesprek te kunnen voeren is het natuurlijk in de eerste plaats van belang dat je de taal spreekt van de mensen in het land waarin je woont. Voor mij is het onbegrijpelijk dat in Panama Noord-Amerikanen wonen die in de twintig jaar dat ze hier al zitten, zich nog slechts een paar woorden Spaans eigen hebben gemaakt. Voor ons is het eerste dat je doet, zelfs nog voordat je naar je nieuwe land vertrekt, de taal leren. Je wilt immers de borden op straat kunnen lezen, de krant, de televisie verstaan en natuurlijk met de mensen praten.

Uiteraard kun je, zeker op vakantie, veel met handen en voeten. Maar ik heb me nog nooit zo onzeker gevoeld, als toen ik op de luchthaven van Moskou zat te wachten op m’n vlucht en er een boodschap werd omgeroepen betreffende die vlucht. Die melding werd alleen in het Russisch gedaan en niemand om me heen kon me uitleggen wat er aan de hand was.

Bovendien wil je in je nieuwe land ook contacten leggen, vrienden maken. Nou zijn er in Panama heel wat mensen die een beetje Engels praten door de langdurige aanwezigheid van de Noord-Amerikanen. Maar voor het voeren van een gesprek is Spaans toch wel prettig. Jouw haperingen of fouten worden je graag vergeven, want iedereen vindt het geweldig als je Spaans praat. De meeste grapjes zul je alleen nooit begrijpen.

Aanpassen moet je je ook aan het tropische klimaat. Niet alleen zorgen de felle zon en de gigantische buien ervoor dat je veel meer onderhoud aan je huis moet plegen, maar ook moet je je eigen lijf wat meer in de gaten houden. Je tempo wordt vanzelf langzamer en je bloeddruk gaat omlaag. Maar dat betekent wel dat je gemakkelijk dikker wordt. Nou is dat wel weer op te lossen, omdat je bij deze warmte het liefst koude salades eet. Ook die acht glazen water per dag die je in Nederland niet naar binnen krijgt, zijn hier gemakkelijk achterover te slaan. Zodra je je lichamelijk inspant, ga je zweten. In het begin vind je dat niet echt lekker, maar al gauw leer je de koude douche hogelijk waarderen.

Goede Nederlandse gewoontes, zoals het hergebruiken van afval, moet je soms weer afleren. Het kost me in het begin echt moeite om lege flessen zo in de afvalzak te gooien. Maar ik kan er hier niets anders mee.

Wel heb ik me de Latino-manier van afwassen eigen gemaakt. De afwas afspoelen, dan inzepen met behulp van een schuursponsje en vervolgens de zeep onder de –koude- kraan afspoelen. Het is eigenlijk wel zo smakelijk om de borden niet zo uit het sop af te drogen.

Iets waar je maar moeilijk aan kunt wennen, zijn aardbevingen. In Costa Rica, waar we drie jaar hebben gewoond, zijn vooral kleinere aardschokken aan de orde van de dag. Je voelt vaak niet meer dan een lichte trilling, alsof er een zware vrachtwagen voorbij rijdt. Hier aan de oostkant van Panama komen aardbevingen bijna niet voor, althans niet merkbaar. Totdat ik op een dag lekker lui zit te lezen, als de stoel ineens begint te schudden, de terrasdeuren hevig gaan rammelen en ik de boekenkasten aan de wand heen en weer zie bewegen. Na nog geen minuut is het alweer zo rustig als het altijd is hier, maar het blijft een gekke gewaarwording. De krant meldt dat de beving een kracht van bijna 6 op de schaal van Richter had. Gelukkig zijn er geen gewonden en is de schade minimaal.

volgende