|
|
inleidingDe deur achter je dicht trekken en met slechts een paar koffers vol kleren en herinneringen naar een ander land vertrekken. Velen dromen er ooit wel eens van op een donkere najaarsmiddag als de trein weer eens te laat is en die baas maar blijft zeuren. Maar ja, als de zon dan weer schijnt en aan het eind van de maand het salaris weer keurig wordt bijgeboekt op je bankrekening, hoeft het eigenlijk niet meer zo nodig. Toch zijn er ieder jaar weer heel veel Nederlanders die wel die stap nemen. Meestal vertrekken ze prima voorbereid, met alle mogelijke informatie over het nieuwe thuisland en de nieuwe landgenoten op zak. Dan blijken echter theorie en praktijk niet altijd met elkaar overeen te komen. We kennen allemaal het mañana-idee van de Latijnse volken. Maar hoe frustrerend is het om daar daadwerkelijk mee te worden geconfronteerd? Dat is moeilijk inleven voor ons als gewortelde Nederlanders met uitgesproken calvinistische ideeën over goed en fout. Waar loop je als rechtgeaarde Nederlander tegenaan in zo’n buitenland? Journalist Brigitte de Lange zei vijftien jaar geleden haar baan op en nam samen met haar man het vliegtuig naar Costa Rica in Midden-Amerika, met slechts die paar koffers. Omdat alles een tweede keer gemakkelijker is, vertrokken ze drie jaar later nogmaals, zij het dit keer in een auto naar buurland Panama. Vraag de gemiddelde Nederlander naar wat ie over Panama weet en hij komt meestal niet verder dan het Panama Kanaal. En, oh ja, Nederlandse schepen die onder Panamese vlag varen. De iets beter ingevoerde komt nog met een dictator die wegens drugssmokkel in een Amerikaanse gevangenis zit. Dat Panama een interessant land is met veel uitersten, blijkt uit deze serie schetsen die niet alleen vertellen over dit land en z’n bewoners, maar ook laten zien hoe het is om je als Nederlander staande te houden in een land waar we normaal gesproken slechts heen gaan voor die heerlijke, onbezorgde, tropische vakantie. briggs@verhaalhalen.nl |