|
tweeDe tweede keer is alles gemakkelijker. Je weet immers wat je te wachten staat en kunt je beter voorbereiden. Dat geldt ook voor het tweede jaar dat je op een bepaalde plek woont. In het eerste jaar is alles nieuw en maak je alles voor het eerst mee. De kerst, de vakantietijd, de lente, de zomer, de herfst en de winter, om maar wat te noemen. Je hebt ook wel een jaar nodig om op een nieuwe plek te wennen, om de weg goed te leren kennen, om te weten wat je waar kunt kopen, om een kapper, een dokter en een tandarts naar wens te vinden. Als dat eerste jaar voorbij is, is het fijn om alweer helemaal thuis te zijn op een nieuwe plek, zelfs de sluipweggetjes naar een bepaalde bestemming te kennen en precies de juiste adresjes te hebben voor van alles en nog wat. Ook het lichaam heeft ongeveer dat jaar nodig om aan een nieuwe omgeving en nieuwe weersomstandigheden te wennen. In ons geval is die overgang wel heel groot. In de tropen vinden we het met 25 graden al frisjes en trekken een vest aan. Hier in Patagonië denken we bij tien graden: ha, lekker, we laten das, muts en handschoenen thuis. Ook hierbij blijkt weer dat alles in het leven betrekkelijk is. In het tweede jaar hoor je erbij. Dan kun je meepraten over die strenge winter van vorig jaar en de grote droogte afgelopen zomer. Als echte Nederlander –die het altijd en overal beter denkt te weten- heb je dan ook al een mening over de politieke situatie in het land en over de goede en slechte kanten van de mensen die er wonen. Aan de ene kant is het feit dat veel zaken gewoon zijn geworden, wel lekker vertrouwd. Aan de andere kant verdwijnt ook het stukje spanning van het ontdekken. Er blijven echter Regelmatig zien we bijvoorbeeld auto’s langs de kant van de weg met een lege plastic fles er bovenop. Heeft de eigenaar geen benzine meer en vraagt ie een welwillende voorbijganger de fles te vullen? Nee, de fles blijkt een teken. De ingewijde weet dan dat de betreffende auto te koop is. Waarom er nou juist een fles op de auto wordt gezet, is ons nog steeds niet duidelijk. In ieder geval valt de betreffende auto wel meteen op. Vooral als de eigenaar er om nog meer op te vallen maar een hele emmer op heeft gezet. Een groot probleem in heel Argentinië vormt de hoeveelheid muntgeld. Er is een chronisch tekort aan munten. Zelfs als de centrale bank een flinke hoeveelheid nieuwe munten in omloop brengt, wordt het tekort niet minder. Niemand weet wat er aan de hand is en waar alle munten naar toe verdwijnen. Wijs geworden door regelmatig terugkerende, enorme economische problemen zijn de Argentijnen niet spaarzaam, maar zetten hun inkomsten het liefst zo snel mogelijk om in tastbare goederen. Het is dus ondenkbaar dat er in veel gezinnen dikke spaarvarkens vol met munten staan. Voor de winkeliers is het gebrek aan muntgeld op z’n zachtst gezegd lastig. Dag in dag uit kampen ze met geen of weinig wisselgeld. Al die bedragen die ze daardoor ten gunste van de consument moeten afronden, kunnen oplopen tot een aardige som. Ze hoeven ook niet met een bankbiljet naar de bank te gaan om het daar te wisselen, want de weinige munten die de bank wel heeft, blijven in de kluis. De busondernemingen slaan een slaatje uit deze nood. Zij beschikken als enigen wel over grote hoeveelheden klein geld. Want je mag alleen met de bus mee, als je met munten betaalt. Zakenmensen die behoefte hebben aan munten, kunnen die dus kopen bij de eigenaar van de busonderneming. Tegen betaling van tien procent extra. Voor honderd peso in munten moet dan 110 peso worden neergeteld. Dat is illegaal, zegt de overheid, maar weet intussen geen oplossing aan te dragen voor het probleem. In de kiosk, waar je je krant, je tijdschrift of je telefoonkaart koopt, gaan ze op een aardige manier om met het tekort. Ze hebben namelijk ook in grote bakken losse snoepjes te koop van vijf of tien cent. Zou je nou een muntje van tien cent terug hebben moeten krijgen bij de aankoop, dan krijg je in plaats daarvan twee snoepjes van vijf cent. En die geef je dan buiten maar aan het eerste kind dat voorbij komt. Indachtig het probleem proberen we in winkels zoveel mogelijk de benodigde munten bij te leggen. Scheelt ook nog eens gewicht in je portemonnee. En als beloning hoor je dan steevast van een gelukkig persoon achter de kassa: heel hartelijk dank voor het kleingeld. |