|
mariaArgentinië is het eerste land ter wereld dat de vingerafdruk officieel als identificatiemiddel invoerde. Dat gebeurde al zo’n 150 jaar geleden. Nog steeds zijn de Argentijnen trots op dit feit en willen ze weten dat zij de voorlopers op dit gebied zijn geweest. Te pas en te onpas wordt door de autoriteiten in Argentinië dan ook om je vingerafdruk gevraagd. Dat dat gebeurt bij binnenkomst in het land, als je je als immigrant laat registreren, is niet geheel onbegrijpelijk. In Buenos Aires worden die vingerafdrukken zelfs al digitaal opgenomen, zodat je niet hoeft te knoeien met die vervelende zwarte inkt die nog de hele dag op je vingers zichtbaar blijft en waardoor je je een halve crimineel voelt, net opgebracht door de politie. Dat je vervolgens, voordat je als legale immigrant wordt aangemerkt, bij nog eens twee overheidskantoren in totaal drie keer de afdrukken van al je tien vingers moet geven, lijkt lichtelijk overdreven. Vooral als je bedenkt dat ze al in de centrale computer staan. Waarom nog eens de afdrukken van beide duimen worden genomen, als je later zo netjes bent een adreswijziging te laten doorvoeren bij de burgerlijke stand, is ons echter geheel een raadsel. Nog vreemder is dat je daarbij ook moet verklaren welke opleiding je hebt genoten en of je die hebt voltooid. Alsof je opleidingsniveau iets van doen heeft met het adres waar je woont. Gezien het gedoe, begrijpen we nu in ieder geval iets beter waarom de helft van de Argentijnen een oud adres op het identiteitsbewijs heeft staan. Ons volgende gevecht in de Argentijnse bureaucratie is met de belastingdienst. Wie een grote aankoop wil doen in Argentinië, moet daarbij z’n belastingnummer opgeven. Big brother ligt hier overal op de loer. Ook computergigant Dell wil ons belastingnummer weten, als we via internet een computer bestellen. Dat dat nummer ook daadwerkelijk wordt gecontroleerd, blijkt uit een telefoontje van een Dell-medewerkster die meldt dat we een foutje hebben gemaakt in het door ons opgegeven nummer. De belastingdienst heeft verschillende soorten nummers in gebruik. Aanvankelijk hebben we het type nummer dat hoort bij buitenlanders zonder verblijfsvergunning in Argentinië. Als we ons Argentijnse identiteitsbewijs hebben, moeten we vervolgens van het hoofdkantoor van onze bank hier naar de belastingdienst om een ander type belastingnummer aan te vragen. Omdat het dichtstbijzijnde kantoor van de belastingdienst op anderhalf uur rijden is van waar we wonen, maken we er niet zo’n haast mee. De bank blijft echter aandringen. Al eerder hebben we de macht van de bank ervaren als het hoofdkantoor een bedrag dat we hebben laten overschrijven uit Panama, maar liefst twee maanden vasthoudt -zonder enige vergoeding van rente uiteraard-, omdat er bij de omschrijving een ‘n’ in onze achternaam is weggevallen. Dat de klant koning zou moeten zijn, is hier in het bankwezen tegen dovemansoren gezegd. Onze bank is “mas papista que el papa” (roomser dan de paus) en past iedere nieuwe regel die de Argentijnse Centrale Bank met de regelmatigheid van de klok uitbraakt, tot in de punten en komma’s toe. Dus stappen we in de auto, ook al omdat we binnenkort weer een overschrijving moeten doen, en rijden naar het belastingkantoor in San Carlos de Bariloche. Dat de belastingmedewerker ons met glazige ogen aan zit te kijken, als we zeggen dat we een ander belastingnummer nodig hebben, passend bij ons Argentijnse identiteitsbewijs, is nog tot daar aan toe. Omdat we volhouden dat de bank ons daartoe verplicht, wil hij met z’n collega wel even een nieuw nummertje in elkaar draaien. Maar de situatie wordt wat ongemakkelijk, als hij de papieren van mijn man niet wil accepteren. Daar staat namelijk als een van zijn voornamen de naam Maria op en dat kan niet. Daar moet een vergissing in het spel zijn, want mannen heten geen Maria. Het duurt even, voordat we hem hebben kunnen overtuigen van het feit dat het in Nederland onder katholieken een gewoonte was om kinderen drie voornamen te geven, met als derde dan altijd Maria, zowel bij meisjes als bij jongens. |